De ambitie van minister Elanor Boekholt-O'Sullivan om vanaf 2030 de helft van alle nieuwbouwwoningen industrieel te bouwen, kan alleen worden gerealiseerd als die ambitie wordt vertaald naar concrete productieafspraken op woningbouwlocaties. Daarom presenteerde Modulair Nederland in juni 2026 het 30-30-30-plan: op dertig nationale woningbouwlocaties moet minimaal dertig procent van de woningen worden gerealiseerd met 3D-modulaire bouwsystemen.
De grootste uitdaging ligt niet langer bij het ontwikkelen van nieuwe plannen, maar bij de daadwerkelijke uitvoering.
"Het kabinet stelt terecht dat vanaf 2030 vijftig procent van de woningen industrieel gebouwd moet worden. Dat doel ondersteunen wij volledig. Maar dan moeten we nu durven kiezen voor de bouwmethode die dat mogelijk maakt. De productiecapaciteit bestaat al. De fabrieken staan er al. De woningen worden vandaag al gemaakt." Aldus Bram van Rijt, voorzitter Modulair Nederland.
Het voorstel van Modulair Nederland sluit rechtstreeks aan op het recente vijftigpuntenplan van de ministeriële Taskforce Versnelling Woningbouw. Daarin worden industrialisatie, standaardisering, typegoedkeuringen, innovatie en vraagbundeling expliciet genoemd als sleutels om de productie op te voeren naar 100.000 woningen per jaar.
Waar het kabinetsplan de richting bepaalt, wil Modulair Nederland de uitvoering organiseren. De vereniging stelt voor om op dertig grootschalige woningbouwlocaties die door het Rijk zijn aangewezen minimaal dertig procent van de woningen via 3D-industriële woningbouw te realiseren. Dat komt neer op circa 60.000 woningen vóór 2030. De aangesloten bouwers beschikken gezamenlijk over een productiecapaciteit van ongeveer 40.000 woningen per jaar.
Dit biedt niet alleen zekerheid over aantallen, maar ook over snelheid. Onderzoek laat zien dat industrieel geproduceerde woningen tot circa vijftig procent sneller gerealiseerd kunnen worden dan traditionele bouwmethoden. Daarnaast leiden vergaande prefabricage en industriële productie tot minder bouwafval, minder transportbewegingen en lagere CO2- en stikstof-emissies.
Door middel van placemaking, het plaatsen van verplaatsbare modulaire woningen van permanente kwaliteit op woningbouwlocaties, kunnen de eerste bewoners al op korte termijn hun intrek nemen en ontstaat er direct leven in het gebied. Zo kan de omgeving geleidelijk wennen aan de nieuwe woonfunctie, terwijl de verdere ontwikkeling van de wijk doorgaat. Tegelijkertijd kan de benodigde infrastructuur, zoals nutsvoorzieningen, wegen en groenvoorzieningen, gefaseerd worden aangelegd.
Placemaking biedt bovendien ruimte om innovatieve oplossingen voor netcongestie vroegtijdig in de gebiedsontwikkeling te integreren, bijvoorbeeld door slimme energiesystemen, lokale opslag en duurzame opwekking direct mee te nemen in het ontwerp van de wijk. Op deze manier krijgt een locatie vanaf dag één een waardevolle maatschappelijke invulling en wordt een soepele, toekomstbestendige gebiedsontwikkeling mogelijk gemaakt.
Modulair Nederland ziet in de huidige woningbouwopgave veel overeenkomsten met andere sectoren waar industrialisatie eerder tot grote productiviteitsverbeteringen leidde.
De brancheorganisatie wijst erop dat Nederland al jarenlang kampt met een structureel tekort aan uitvoeringscapaciteit, terwijl tegelijkertijd sprake is van stijgende bouwkosten, personeelstekorten, stikstofbeperkingen en netcongestie. Juist onder die omstandigheden biedt industriële woningbouw volgens de vereniging schaalbaarheid en voorspelbaarheid.
De vereniging ondersteunt daarom nadrukkelijk de kabinetsvoornemens rond typegoedkeuringen, standaardisatie en vereenvoudiging van vergunningprocedures. Veel modulaire bouwsystemen werken reeds met gecertificeerde en gestandaardiseerde concepten die aansluiten op deze ontwikkeling.
Modulair Nederland. Het logische woningbouw alternatief.